faalangst (reductie) training
Een kind met faalangst kan dit uiten door heel stil te worden, zich terug te trekken, zenuwachtig gedrag te vertonen, te gaan blozen of met het hebben van buikpijn of hoofdpijn. Een kind kan faalangstig zijn voor toetsen, de omgang met andere kinderen of voor motorische oefeningen. Mogelijk is het kind bang niet geaccepteerd te worden door andere kinderen. Deze vormen van faalangst kunnen elkaar overlappen. In de faalangsttraining leert het kind om om te gaan met zijn/haar faalangst. Oefeningen worden gedaan voor het vergroten van het zelfvertrouwen en het veranderen van negatieve gedachten in positieve gedachten.